Review



That image in my head. (Text: Rob Perrée) (Dutch translation below)

Not that Alice Brasser does not go for nature. On the contrary: ‘I live in Haarlem. I bike around here and I like to see how nature keeps changing all the time. I also paint landscapes on location sometimes. But when I am back in my studio, I don’t know, I still put people back in. A transformation takes place. I feel the need to transform reality’. She compares this feeling of dissatisfaction with the effect of a photo you just made of a beautiful landscape. ‘The photo does not reproduce what you saw’. For Brasser, the ultimate goal of painting is precisely ‘to face up to that image in your head’. There is no lack of images in Brasser’s head. Her oeuvre forms an impressive and diverse collection of stills and scenes taken from stories. What the stories tell is not always clear. And they don’t have to be. She does not want them to be. Sometimes, the title gives a hint. Sometimes the space gives an indication. In another work, it is the posture of the people that draws your attention. Often, the artist only stimulates the observer’s curiosity and then leaves the rest to his or her imagination. For example, in that painting where a black man and three white women sit together and look fascinated in the same direction (‘The Carpet’). What is happening outside of the image? Are they just watching television or is there something more happening? On another painting ‘Drukke nacht # 2’ ghostlike figures have come together in the woods. Do they have something to celebrate? Are they holding a mysterious, ritual meeting? On a large canvas with the neutral title ‘Nearby Gibraltar’ stands a figure, cloaked in a long mantle and holding a stick in his right hand, and looking out at the water. It is dark. The contours on the other shore are not visible. Is this the representation of an unfulfilled longing? Is this someone who believes his deliverance can be found in another better place? Is this situation dangerous? A large part of the transformation process is achieved by the way in which Alice Brasser paints. She has many ways to ‘steal the ball away’ from flat reality. Color is one of them. It looks as if all the colors on her canvases are at least one degree off. They do not want to fit in. They exaggerate reality; they grant reality another atmosphere or they leave reality completely behind them. What is striking is the role of black. It would have been quite straightforward to associate this color with something somber. But I doubt that this is something Brasser intends. Instead I believe she is searching for effective contrasts, for a way to give her stories extra intensity. The (oil) paint is rarely put on the canvas in traditional strokes. Spots would be a better word. Sometimes there are collections of colorful drops. Then a combination of ‘watery’, hesitating areas. In a few works, she has drawn rough outlines of people against lively backgrounds. Chalk drawing and painting come together here in a seamless weave. From other details too it is clear that Alice Brasser loves to paint and that each time she tries out new technical possibilities. She is indifferent to what is conventional and to what one is ‘supposed’ to do. Alice Brasser has no difficulty naming the artists she admires. She envies Francisco Goya for the way he gives his work an emotional charge. In some works she also seems to refer to his political engagement. (In ‘Survivor’ from 2009/10, for example, she refers to the killing field, a guilty landscape from the First World War). In her way of painting she is also influenced by the German artist Daniel Richter, though she has less affinity with the theatrical aspect of his work. Her stories remain closer to her own environment. Alice Brasser is an artist who wins the observer over to her stories and to the extraordinary way she reproduces them.

Rob Perrée,
January 2010

Rob Perrée is a writer and curator. He also writes articles for the Dutch art magazine ‘Kunstbeeld’.










DAT BEELD IN MIJN HOOFD

Niet dat Alice Brasser (1965) niet van de natuur houdt. Integendeel. “Ik woon in Haarlem. Ik fiets hier veel rond en ik vind het mooi om te zien hoe de natuur telkens verandert. Ik ga ook wel eens op locatie zo’n landschap schilderen. Maar als ik in mijn atelier ben, ik weet het niet, maar dan zet ik er toch telkens weer mensen in. Er vindt een metamorfose plaats. Ik voel de behoefte om de werkelijkheid te transformeren.” Ze vergelijkt dat onbevredigende gevoel met het effect dat de foto heeft die je van een prachtig landschap hebt gemaakt. “De foto geeft niet weer wat je zag.” Voor haar is het ultieme doel van het schilderen nu juist “om tegemoet te komen aan dat beeld in je hoofd”. Aan beelden in haar hoofd heeft Brasser geen gebrek. Haar oeuvre vormt een indrukwekkende en gevarieerde verzameling stills of scènes uit verhalen. Wat die verhalen willen vertellen is lang niet altijd duidelijk. Dat hoeft ook niet. Dat wil ze ook niet. Soms geeft de titel van het werk een hint. Soms geeft de ruimte een indicatie. Bij een ander werk is het de houding van de menselijke figuren die richtinggevend is. Vaak is het zo, dat de kunstenaar alleen maar de nieuwsgierigheid prikkelt en het verder aan de fantasie van de kijker overlaat. Bijvoorbeeld op dat doek waar één zwarte man met drie blanke vrouwen geboeid één richting uitkijken. Wat gebeurt daar buiten beeld? Kijken ze alleen maar televisie of is er meer aan de hand? Op een ander schilderij hebben sprookjesachtige figuren zich verzameld in een donker bos. Hebben ze iets te vieren? Houden ze een mysterieuze, rituele bijeenkomst? Op een groet doek met de neutrale titel ‘Nearby Gibraltar’ staat een figuur, gekleed in een lange mantel en met een stok in zijn rechterhand, uit te kijken over het water. Het is donker. De contouren van de overkant zijn net zichtbaar. Is dit de verbeelding van een onvervuld verlangen? Is dit iemand die zijn heil op een betere plek denkt te vinden? Is er sprake van een dreigende situatie? Een groot deel van het transformatieproces komt op rekening van de manier waarop Alice Brasser schildert. Ze beschikt over vele middelen om de platte werkelijkheid de pas af te snijden. Kleur is er één van. Het lijkt erop alsof alle kleuren op haar doeken tenminste een kwart slag gedraaid worden. Ze willen zich niet aanpassen. Ze overdrijven de werkelijkheid, ze verlenen de werkelijkheid een andere sfeer of ze laten de werkelijkheid volledig achter zich. Opvallend is daarbij de dominante rol van zwart. Het licht voor de hand aan die kleur een sombere duiding te geven. Ik betwijfel of dat haar bedoeling is. Volgens mij is ze veeleer op zoek naar effectieve tegenstellingen, naar een andere manier om haar verhalen een extra intensiteit te geven. De (olie)verf is zelden in traditionele streken op het doek gebracht. Vlekken is een beter woord. Soms lijkt er sprake van een verzameling kleurige druppels. Dan weer een samenstel van ‘waterige’, aarzelende vlakken. Bij een enkel werk heeft ze op een dergelijke levendige ondergrond in grove lijnen menselijke figuren getekend. Pasteltekening en schilderij worden daar tot één geheel gesmeed. Ook uit andere, minder opvallende details blijkt dat Brasser van schilderen houdt en dat ze iedere keer weer andere technische mogelijkheden uitprobeert. Ze heeft daarbij duidelijk lak aan wat hoort of aan wat ‘men’ gewoon is te doen. Alice Brasser heeft er geen moeite mee de kunstenaars te noemen voor wie ze bewondering heeft. Ze benijdt Francisco Goya om de manier waarop hij zijn werken een emotionele lading weet te geven. In enkele werken lijkt ze ook te verwijzen naar zijn engagement (in ‘Survivor’ uit 2009/2010 bijvoorbeeld verwijst ze naar een lijkenakker, “een schuldig landschap” voortkomend uit de Eerste Wereldoorlog). In haar manier van schilderen is ze beïnvloed door de Duitse kunstenaar Daniel Richter. Met het theatrale aspect in zijn werk heeft ze minder affiniteit. Haar verhalen blijven dichter bij haar eigen leefwereld. Alice Brasser is een kunstenaar die er op een overtuigende manier in slaagt om de kijker te winnen voor haar verhalen en voor de bijzondere manieren waarop ze die verhalen weet weer te geven.

Rob Perrée
januari 2010.